Stoofvlees

nl
patat-stoofvlees

En wat stond er dinsdag jongstleden op het menu in de Swift/Neuteboom Tweewielers gaarkeuken? Een patatje stoofvlees! Een ranzig en verleidelijk tussendoortje tegelijk. Misschien slecht voor hart en bloedvaten, maar op zeker een weldaad voor de Moraal.

Tuesday-special

Het was warm, om niet te zeggen benauwd. Geen Brucoweer. Een stevige bries—op zich goed nieuws—bracht nauwelijks verkoeling; eerder een droge bek en een tong van leer. 'Lekker laten garen, die wielrenners', moet de Grote Prutser Daarboven hebben gedacht.

En de thuisblijvers met Hem. Want met 32 A's en 24 B's kunnen we, in het hoogseizoen dan toch, niet echt spreken van een goede bezetting. Maar het volstond, kwantitatief en kwalitatief, om weer eens mijn bordje te gaan leegeten (en dat van de Oppositie te vergeten). Altijd honger naar de koers...

Zonder strijdplan (en slechts 'globaal' opgewarmd) betrad ik de Arena aan de Willem van der Madeweg, waar al zoveel kleine wielergeschiedenissen zijn geschreven. De enige opdracht die ik mezelf had gesteld, was een negatieve: géén rekker (en—vooruit—géén eindsprint).

Dit bleek het recept voor een (zeker voor mijn doen) activistisch eerste kwartiertje. Adriaan schokschouderde als een bezetene en op de grote plaat uit de startblokken en begon aan een solo (iemand moet 't tenslotte doen, als De Premiejageri en VDBi niet présent zijn voor de 0-démarrage). Niet veel later peerde Bas (die ik nog niet kende, maar waaraan we nog veel plezier gaan beleven) er moederziel alleen, maar vol vuur, achteraan. Wonderkinderen Daan en Mark voerden intussen het lome péloton aan, met de handjes op het stuur, babbelend over gedane koersen.

Dat werd mij eventjes teveel. Klasse of niet—gewérkt moet er worden. Ook aan mijn shock & awe valt het nodige te versleutelen. Dus gaf ik de Witte Furie de sporen (zij antwoordde met gepaste vitesse, hetgeen haar siert) en dook het gat in, op jacht naar de patatten en de koplopers. Bas kreeg ik vrij snel in het vizier, maar hij reed me bijkans kapot. Gelukkig kregen we wat gezelschap. Met hartslagen rond de 190 gaat mijn geheugen er niet op vooruit. Maar ik herinner me de aansluiting van De Neut. Die ziet altijd graag dat 't mooi ronddraait (ik ook). Hij wees me erop dat we waren ontsnapt (vorige week had ik dat niet in het snotje): 'Kijk eens achterom.' Voilà, we kregen—en we verdienden—een vrijgeleide.

Na vier ronden (een luttele zes-en-een-halve kilometer) gingen we eraan voor de moeite, zoals dat heet. Dat wekte geen verbazing; ik heb genoeg Tuesday Terrors achter de kiezen en weet dat de eerste vlucht zelden of nooit de juiste is. Maar deze was weer in de knip; achterhoedespartelen kon altijd nog (maar liever niet vanavond, liever niet op Swift).

De dinsdagavondmènne hadden weer eens geen enkel gevoel voor esthetica of rechtvaardigheid—'t zijn nét wielrenners—en walsten over ons heen. Mokkend en—toegegeven—ietwat verzuurd nam ik plaats aan de rekker. Door de wol geverfde hekkensluiter die ik mij daar ben (afgelopen zondag in Zoeterwoude nog veertig minuten geoefend), zou ik toch moeten weten dat 't daar niet pluis is (bochten 'lopen' minder vloeiend, tempoversnellingen hakken er harder in). Tóch deed ik 't weer: flirten met het Gevaar en optrekken met de 'afwachters' die zo'n Bult-koers geheel en al in de anonimiteit uitzingen (sommigen uit sympathieke onmacht; anderen uit verwerpelijke berekening).

Na enkele van dergelijke elastische ronden besloot ik (hier kán dat gewoon) me weer voorin te melden voor wat sleurlabeur en frietsnijden. En me niet verder te laten afzakken dan halverwege het péloton. Missie geslaagd; rupsje weer blij. Lekker gedarteld en zowaar wat bijgedragen aan het wedstrijdverloop.

Uiteraard mistte ik dé slag. Die viel na het drie-rondenklassement, toen de gebroeders Berk, Jurrien (Swabo) en klasbak Daan (Pedaalridders) hun duivels ontbonden. Daar was geen rupsenkruid tegen gewassen. En ook de collega-pélotonvullers berustten al snel in het nakijken. Het dessert was een zouteloze achtervolging, hier en daar nog wel gelardeerd met wat offensiefjes (ook Bruco's achterwiel wilde nog wel eens 'schoon' ronddraaien) en... jawel... een massasprint om plaats vijf.

Daarin voorzag het strijdplan niet. En voor de Witte Furie en haar Ehemann werd nu ook niet bepaald de rode loper uitgerold. Eerlijk is eerlijk: ik zocht heus wel naar een opening (voor mijn doen nog best fanatiek ook), maar ik had geen trek in een carboncrash. (Daar hadden we vanavond dan weer de B's voor; verdoeme alweer een valpartij.) Een vette bek halen, oké, maar mijn lijf (en dat van de mede-weggebruikers) is me liever dan een paar extra puntjes.

Reageren

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • You can use BBCode tags in the text.

More information about formatting options

This blog uses the CommentLuv Drupal plugin which will try and parse your sites feed and display a link to your last post, please be patient while it tries to find it for you.