Lisse linksom
Lisse uit: altijd lastig. Maar het moet: het veldritseizoen is al een tijdje aan de gang en rupsje heeft nog geen millimeter modder gesmaakt. Dus takel ik het vege lijf uit de bedstede en spring ik op de crossert voor de eerste aflevering van de SwiBoCrossCompetitie 2009-2010, courtesy of RTV De Bollenstreek en de LRTV Swift.
Bij de inschrijving blijkt dat de tand des tijds weer een hap uit mijn Eeuwige Jeugd heeft genomen. Ontkennen heeft geen zin; in januari 2010 tik ik de Big Four-O aan. Dit seizoen rijd ik dientengevolge bij de 'veteranen', in plaats van de 'senioren'. Met 'doorgewinterd' heeft dat weinig van doen (twee seizoentjes cyclocross op de kerfstok); met 'schoonheid in verval' des te meer.
Een ander novum is het Bollenstreek-parkoers voor dit jaar. We ronden de voetbalvelden met de klok mee, in plaats van tegen de wijzerrichting in. Gegeven de beperkte mogelijkheden in Lisse een hele innovatie. Maar of het melkzuur nu rechts- of linksom draait, stureluurs word ik er toch wel van, van Lisse uit.
Hoe dan ook, de turf en de vers gevallen herfstblaadjes ruiken goed. Cross is voor snuivers. En de verslaafden zijn present, vandaag—16 mènne in mijn nieuwe leeftijdscategorie (de 'terminalen'), aangevuld met 6 'senioren' en 7 'nieuwelingen/dames'. Gretig en geprikkeld, na een lang voorjaar onthouding en een schier eindeloze zomer in de de-tox, willen de veldrijders eindelijk weer eens scoren. Een en ander doet denken aan—maar is minder massaal en imposant dan—de seizoensaftrap in Schiedam, vorig jaar.
De aftrap van de SwiBoCrossCompetitie 2009-2010—linksom, dus bergop—verloopt goed. Tenminste, zolang we het brede asfalt onder de noppen hebben. Eens we het 'terrein' induiken, vormt zich een file. Negenentwintig cross-junks op één single-track (we zijn tegelijk weggeschoten)—dat is vragen om problemen. Tot mijn verbazing houd ik het wiel van mijn voorgangers en overleef ik de eerste 'flessenhals'.
Enkele 'draaien en keren' verder kijk ik waar ik me bevind, vis-à-vis de Oppositie. Plusminus halverwege het péloton—voorwaar niet verkeerd! In mijn nek (zweetpareltjes en kippenvel) briest één enkele noppensnuiver. Hij ruikt zijn kans schoon, maar heeft... vooralsnog... geen verweer tegen des Bruuks gedecideerdheid. Daarachter het Grote Niets...
Dat Grote Niets, daar moet ik niet in belanden. Écht niet. Want in het zog van dat Zwarte Gat verkneukelen de mènne zich op op mijn veteranenklassementspuntjes. Behoedzaam starten in de wetenschap dat je ook kunt opschuiven bij de gratie van andermans fouten—een ietwat lafhartige aanpak, maar wel effectief.
Waarvan akte. Één ronde verder open ik het foutenfestival. Nét-niet-bochtjes, een 'bokkend' voorwiel hier en daar en—dodelijk—een 'afstapper' op een niet-voorziene 25% helling. Ik ken mijn limiters; het parkoers had ik duidelijk minder goed gelezen. De interval is een feit; de achterhoede inmiddels ook. De leperiken snokken voorbij. Rupsje rijdt voor plek dertien.
Op de beter lopende stukken (vlak, rechttoe-rechtaan) ben ik die plek waard. Met de nodige druk op de pedalen en toch wel wat wegwijdstrijdsouplesse loop ik in op mijn voorliggers. De drie klimmetjes verteer ik ook wel, nu ik weet waar ze liggen. Maar zodra het op sturen aankomt, verlies ik weer terrein. En, en passant, nog een plaats of wat. Lisse uit: altijd lastig.
In mijn achteruitkijkspiegel nog één mountainbiker-veteraan. Die moet ik dan maar zien af te schudden; op de op-één-na-laatste plaats heb immers ik zo'n beetje het patent.
Intussen zijn we halfweg koers en begint het Grote Dubbelen (vandaag valt 't mee: ik word slechts op één ronde gezet, door niet eens zoveel SwiBoCrossers). De 'gepokten en gemazelden' (doorgewinterde veldrijders) halen me in alsof ik geparkeerd sta. Beleefd als ik ben, maak ik ruimte; bescheiden (en verrot) als ik door dit leven ga, probéér ik niet eens aan te pikken.
Rupsje rijdt zijn eigen wedstrijd. Tegen zichzelf, de boompjes (er wordt weer een en ander aan huid getransplanteerd, in Lisse) en—ja hoor, hij is er nog steeds—die verdoemde mountainbiker-veteraan. Andermans fouten worden me vooralsnog niet vergund.
Dan zal ik eigenhandig maar eens even demonstreren dat veldrijden best een lastige stiel is. In een tricky afzinkje raak ik het spoor bijster en bestel ik de Modderschuit ter aarde. De reflex dicteert: 'Fiets aan de kant trekken en, indien kust veilig, er weer opspringen!' Het lijf zegt: 'Ik wil van geen bewegen weten; even lekker blijven liggen.' Het wordt iets ertussenin. Dat komt een passerende élite-renner op een schuiver te staan (waarvoor excuses) en kost rupsje 'zijn' plek vijftien. Lisse is voor sommigen nu eenmaal nóg meer uit dan voor anderen...
De mountainbiker-veteraan profiteert schaamteloos van mijn buiteling (in plaats van deze te kopiëren) en verwijst me definitief naar de laatste veteranenplek. Met 52 minuten Lisse-linksom—en de pijp helegaar leeg—neem ik die voor lief. We gaan elkaar nog wel vaker tegenkomen; het seizoen is nog lang (en ik moet weer 'ns van ver komen; uit Leiderdorp en uit een ietwat grillig verlopen trainings- en wegcampagne).
De kop is eraf; Bruco's neus snuift weer de juiste kant op. Linksom of rechtsom: crossen is tof. Ik ben blij dat we er weer aan begonnen zijn!


Corniel:
Heerlijk, bruine suiker voor de ziel...
Reageren