Lisser lijkenpikkers
Veteranissimo Gerard heeft wel een punt, wanneer hij zich beklaagt (eufemistisch gesproken) over filevorming en haantjesgedrag op de single-tracks van Lisse. Mijn kompaan en ik hebben er regelmatig te kampen met achteropkomend verkeer. Omdat wij iets minder rap doorrijden, worden wij (op z'n zachtst gezegd) gesommeerd plaats te maken—ook als er geen plaats is.
Dat leidt wel eens tot irritaties, over en weer.
Vorige week trok Gerard (een van de zeer weinige Swifters in de SwiBoCrossCompetitie) in het heetst van de strijd zijn conclusie: 'Mij zien ze hier niet meer terug.' Rupsje is dat 'ritsen' wel gewend en van nature meer geneigd tot inschikken. Maar ook hij heeft wel eens de pest in dat lijkenpikken. Zeker als 'ie stuk zit en de aasgieren hun komst al van ver doortelefoneren. Aan een dode rups moet je niet trekken.
Dus staan beide 'oude krijgers' ook deze zondag gewoon weer aan het vertrek voor circa 40 minuten 'Lisse uit', minus één ronde. Gerard omdat 'ie zijn tomeloze energie toch érgens kwijt moet. Rupsje omdat 'ie werk heeft aan zijn oog-handcoördinatie, balans op de fiets en haast heeft met zijn come-back.
Zeer tot ons genoegen komt ook De Neuti het Leidse contingent versterken (soms doe je alsof veldrijden een teamsport is). Hij is de enige Swifter die nog iets van een weerwoord heeft op de almacht van de mènne van RTV De Bollenstreek (waarin wij ook 'thuis'—ook gisteren tijdens de regiokampioenschappen—onze meerderen moeten erkennen).
De Neut zie ik tijdens de koers niet meer terug. Gelukkig voor hem (hij rijdt dus met de beteren mee); goed nieuws voor mij (niet alle SwiBoCrossers komen vandaag met groot licht in mijn hol schijnen). De Veteranissimo kan ik aanvankelijk redelijk bijbenen. Ons scheiden slechts enkele meters en een handjevol Bollenstreek-bejaarden.
Omdat ik gisteren nogal diep ben gegaan en omdat ik in Lisse linksom door de bomen nog steeds het veld niet zie, dring ik niet aan. De schaarse inhaalstroken gebruik ik om de rug te strekken; op de single-tracks beperk ik me tot bumperkleven.
Of, beter gezegd, verhef ik het aanklampen tot een kunst. Tenminste, ik heb dat wel eens slechter gedaan. Doorgaans word ik in het veldrijden al in een eerder stadium op mezelf teruggeworpen en keer ik slechts terug in de strijd bij de gratie van het indommelen van de Oppositie. Nu denk ik alleen maar wysiwig ('Houd je doppen op die noppen!') en niet het motortje opblazen (valt niet veel aan op te blazen, vandaag).
Dit beleid houdt me drie dikke ronden in strijd. Dat is winst (veldrijden in een pélotonnetje is wel zo leuk). Helaas sluipen daarna de stuurfoutjes erin. Langzaam maar zeker moet ik Gerard en de rest laten gaan. Een brute force attack om mijn gebrekkige stuurmanskunst te compenseren, heb ik niet in huis. Een tweede adem vandaag ook niet. Lichamelijk ongemak des te meer.
Met dit (bijna-)eenmansgevecht begint ook het gewraakte achteromkijken en -luisteren. Gedubbeld worden is altijd slecht voor de Moraal; hier in Lisse is het ook nog eens fnuikend voor het 'ritme'. Om toch maar vooral niet in de weg te rijden, knijp ik (waar het kan) in de remmen of zoek ik (waar het niet kan) de vluchtstrook op.
Aan de finish tref ik een milde Veteranissimo (veldrijden is goed tegen het chagrijn) en een tevreden Neut (zijn eerste 'Lisse uit' dit jaar heeft 'ie goed verteerd). Ik word dan als vanzelf ook weer blij: veldprutsen is en blijft 'mijn ding'.
Deze blog wordt aangeboden door Veilig Veldrijden Nederland.


Corniel:
Mijn oprechte support. Wellicht binnenkort in de strijd om de laatste plaats. ;)
Reageren