Âh, âh, De Haag...
... mauie stad, achtâh de dùine. En ik kan het weten, want ik heb er een paar jaar gewoond. Goed dat de mènne van het Tom Schouten Cycling Team daar een koers op poten hebben gezet: de Wielerronde van het Statenkwartier. Goed dat de heren Ama-A/B/C zich daarvoor 'en masse' hebben ingeschreven. Goed dat er zoveel publiek is toegestroomd.
Door die duinen rijd ik ernaartoe. De wind trekt behoorlijk van leer, maar er staat een zonnetje en het regent niet. Da's de afgelopen dagen wel anders geweest. Heb nondedju amper kunnen/willen trainen. Ik mijmer over Moraal, of beter: het gebrek daaraan en voel dat ik nog steeds de benen niet heb. Zelfs tollen op een klein verzetje doet pijn in mijn liezen.
Het parkoers, dat we niet ècht kunnen verkennen vanwege een uitlopend derny-voorprogramma, ligt me ook niet. Want het is een zogenaamd 'vliegrondje': daar kunnen de mènne hun registers zo lekker opentrekken en de diesels van acquit aan de rekker hangen. 't Is niet lekkâh, aan die rekkâh; kanonnehag rède is auk nie mèn speisialitèt.
Voordat we op pad worden gestuurd, maant de KNWU-offical ons tot voorzichtigheid. In de eerste bocht ligt olie. En da's een potentieel probleem.
De bijna tachtig amateurs trekken zich, aangevoerd door de kersverse Amateur A kampioen Robert Koppers, op gang. Ik start vanaf de tweede rij, maar geef traditioneel heel veel plaatsen prijs. 'Wash en go' is niet mijn ding.
In de oliebocht gaat het mis. Ik kijk helemaal niet naar het wegdek; het enige dat telt, is het wiel voor me. Mijn voorwiel glijdt ietsje weg. Ik denk: 'Fok, da's die olie!' Op instinct haal ik de druk van m'n voorwiel, minder de hellingshoek en houd ik m'n benen stil. Het tegenovergelegen dranghek komt akelig dichtbij. Ik wijk dus van mijn lijn.
Met deze actie maak ik, begrijpelijk, geen vrienden in het péloton. Blijkbaar zitten er nog coureurs achter me. En die hebben last van mijn actie en schelden me verrot (helaas niet in onversneden Haags). Daarin geef ik ze geen ongelijk: er doemt een flink gat op en dat moet worden dichtgeprakt... Aan de andere kant, als ik daar--zoals ik eventjes dacht--op mijn plaat was gegaan, was dat ook niet in het voordeel van mijn achtervolgers geweest. Sorry...
Hoe dan ook, het is direct alle hens aan dek. Want vooraan zitten ze ook niet stil, zoals te doen gebruikelijk. Het oponthoud dat ik heb veroorzaakt, nekt vooral mijn persoontje. De volgende bochten durf ik niet vol te nemen, schrik voâh de boch, uit angst dat er misschien nog wat glijmiddel aan mijn bandje kleeft.
Helemaal achteraan op het lintje breekt het lijntje. Ik waai eraf. Da's niet leuk, da's zwaar klaute, maar het is even niet anders. Anderhalve ronde en evenzovele kilomoters verder en ik ben gezien... Die lèpe criteriums auk.
Dan maar vechten tegen gedubbeld (en uit koers genomen) worden. Links en rechts raap ik de mènne op die er van achteren zijn uitgespuugd. Echt ronddraaien doet 't niet, dat 'grupetto desperado'. En echt glansrijk sla ik me er ook niet doorheen, de aanmoedigingen van de borrelyups ten spijt. Krèg een vet hagt en rèd je ège bene an gogt, jôh.
Na de nodige ronden hoor ik de motard achter me vervaarlijk grommen. Amai, daar zijn ze weer, die hardrijders. Ik hoor de frames zuchten onder het geweld, de wielen knarsen door de torsie van de 'grote-meneren-verzetten' (heile graute plate). De wedstrijdleiding zwijgt in alle talen, dus haak ik m'n gedemoraliseerde karretje aan. Uiteraard achteraan op het lint (de snelheid is nog altijd niet uit het péloton). Amechtig zwoegen om eraan te blijven. Spelen op de spreekwoordelijke 'accordeon', die altijd zo lekker uitrekt in iedere bocht.
'Ik moet hier weg', weet ik, opzâhte en opschùive! Achteraan vallen immers de hardste klappen. Maar opschuiven is er niet bij. Niet in dit tempo, niet als je alsmaar moet sprinten om lossende patriotten in te halen en nooit herstelt omdat er uit iedere bocht vol wordt doorgetrokken. Ùitslauvâhs...
Na een half uur en het zoveelste gaatje werp ik de handdoek in de ring. DNFi nummer zoveel is een feit.
Ik mag mijn rugnummer gaan inleveren, mijn zonden en tekortkomingen overdenken en de koers uit kijken. Voornoemde Robbert Koppers (Restore) en Selmar Pigge (Trias), twee verdienstelijke A-Amateurs, dus, hebben zich los weten te worstelen uit de klauwen van het uitgedunde péloton. Namens Swift redt Davey Rotmensen, inmiddels ook Ama-A, de meubelen en finisht netjes als elfde in de sprint voor plek drie.
Mijn 'broertje' Paolo Longo Borghini deed 't overigens niet slecht, vandaag in de Tour. In het waaierfestival-met-de-klote-klimmetjes eindigde 'ie als 72e, op 3 minuut 17 achter Luis Leon Sanchez...


Reageren