Someren-Peer-Someren: strak in het pak
Zondag 13 juli 2008. De 34e editie van Someren-Peer-Someren, een rit-in-lijn van 126 km, voor Amateurs en Masters (zowel ploegen als individuen). Toer- en wielerclub De Zwaluw heeft er werk van gemaakt; het is 'nét echt': het hele traject wordt beveiligd (er worden zelfs enkele snelweg op- en afritten afgezet) en er rijden talloze motards rondom de koers. Die zit trouwens propvol: 180 starters. Het enige dat eraan ontbreekt, is een helicopter t.b.v. de rechtstreekse uitzending.
Namens de LRTV Swift betreden Arno, Davey, Johan en Bruco het strijdperk. Als ploeg dus, in de zin van Moraal en de vrij uitgebreide voorbeschouwing tijdens de heenreis. Nee, 'het valt niet stil' in Johans bus, mevrouw Navigatiesysteem kan er maar amper bovenuit komen. Maar we opereren niet als een officieel team met eigen volgwagen, 'oortjes' en wat dies meer zij. Gelukkig mogen we gebruik maken van de 'service course' van Cycling Team Wielertoerist (CTWT). Davey en Johan deponeren hun reservewielen in de 'alstrovan'; Arno en Bruco gaan niet lek rijden, want zijn in vorm (aldus de wet van de snokmaster). Omdat Bruco eigenlijk helemaal niet in vorm is, wil 'ie z'n toerkit (biba's, bandenlichters, CO2-pompje) meenemen, hetgeen hem op een reprimande van zijn ploeggenoten komt te staan.
Vlak voor de start kletteren er enkele dikke Moraaldruppels op mijn helm. Maar het gaat niet regenen, en da's voor deze keer maar goed ook. Nog beter zijn de windkracht (slechts 3 Beaufort ofzo) en -richting. De spreekstalmeester doet intussen een vergeefse poging het péloton te bewegen tot een 'lang zal ze leven' voor deze en gene jarige renner. We zijn hier gekomen om te sterven, jûh! Maar zijn waarschuwing dat uit koers op de openbare ronddarren weg met een rugnummer zal worden bestraft met een fikse geldboete, neem ik ter harte.
De 1,8 km neutralisatie verloopt beschaafd. Davey, die voor vertrek nog twee rijen achter me stond te babbelen met de Belgische amateurkampioen, neemt de gelegenheid te baat om zich ouderwets naar voren te wringen. Middendoor, rechtsom, linksom, stoepje, vluchtheuveltje, maakt niet uit. Als 'ie maar 'strepen kan trekken' op de achterbumper van de wagen van de wedstrijdleiding. Arno doet 't ietsje minder acrobatisch, maar wel even resoluut. Ook hij is ernstig aan het opschuiven. Zou 'ie zinnen op een Leiderdorpse démarrage? Zo vroeg? Johan heeft tijdens de heenreis nog gewaarschuwd voor zijn gebrek aan durf in de bochten. Maar hij laat zich inspireren door het 'gedrum' en gooit zijn sjieke Cervélo er behendig tussen en boekt ook terreinwinst. Bruco niet, die wil eerst maar eens rustig wennen aan het rijden in het pak. Zijn maneuvres komen later nog wel.
Op de brede Provincialeweg wordt de koers dan eindelijk vrijgegeven. Alhoewel, 'eindelijk'? Ik verwacht een criteriumi-achtige oplazer te krijgen, nu de mènne er vol in kunnen vliegen. De 'rekker' waarop ik ben geabonneerd. Benen waar de 'jus' al direct uitloopt. De tong op de stuurpen, de schele pupillen hulpeloos inzoomend op een gat. Dat soort werk. Enfin, het moge stilaan bekend zijn dat Bruco liever verslagen tikt dan hard rijdt.
Maar dergelijke misérie blijft me bespaard, deze keer. Wat volgt, is eigenlijk best aangenaam. Allereerst is daar de audio-prikkel van 180 strakke kettingen, 360 hard roterende wielen. Geweldig! Ronderen tegen 45 km/h. En ook de ogen krijgen de kost. Ik zie niets van het Brabantse land (waar mijn wieg heeft gestaan), maar zie hier wel schitterend materiaal (dat zijn, voor de intimi, 'heel veel steigers') en... da's een tik van me... allerhande reclame-uitingen op de tenues. Hier en daar een opening waar ik de Santos instuur, in een (meestal vergeefse) poging nog wat plaatsen op te schuiven.
Davey doet 't juist andersom. Na het bumperkleven en de 'koerscontrôle' acht 'ie de tijd gekomen om zijn Ridleyplastiek eens richting rechter berm te dirigeren en daar al fietsend zijn blaas te ledigen. Amai, da's niet evident. Moet 'ie straks tussen de wagens weer terugkomen (wat 'ie doet). Nee dan rijd ik liever met een opgeblazen gevoel door...
Dat 'opgeblazen gevoel' komt trouwens niet alleen uit m'n blaas. Ook uit m'n zenuwpezen. In zo'n massaal péloton toeren, vergt ervaring (die ik niet heb, vanwege doorgaans vroeg gelost) en concentratie (moet er niet aan denken zoiets een volle werkdag lang te doen). Hier moet ik nog veel bijleren. Iedere verkeersremmer (rotondes, wegversmallingen--weg met die dingen!) zorgt voor een harmonicaatje (begeleid door de fluitjes van de parkoersbeveiligers). Iedere door de kundige motards naar de berm verwezen auto is een potentiële remblokkenverslinder...
Er wordt dan ook het nodige asfalt gekust, vandaag. Gelukkig houd ik m'n no-claim intact (de beschermengel doet 't goed). Al scheelt het bijster weinig, wanneer de weg weer 'ns in tweeën wordt gesplitst en er een koekenbakker van 'Team Radon' last-minute opteert voor rechtsom, daar waar ik linksom wilde. Met die wegafscheidingen en rotondes is het trouwens net als met de kassa in de supermarkt: het is net alsof je altijd voor de verkeerde rij kiest.
Bij Hamont-Achel rijden we België binnen. Meteen verandert 't wegdek (macadam), meteen krijg ik (nog) meer Goesting. Zeker als ik van Davey een Luikse (?) wafel krijg. Al pak ik die ietwat krampachtig aan. Daar wordt later nog een 'hartig' woordje over gesproken. En terecht. Voordat ik er erg in heb, zijn we in Peer. Ik had daar graag een bakkie willen doen, maar... helaas... de koers wacht op niemand. Doorrijden dus. Het gekke is dat mijn hartslagen tot dusverre alleszins 'houdbaar' zijn, maar dat ik de benen wél voel (iets teveel voel, zelfs; trap niet bepaald in de boter--de laatste koersjes waren zowiezo niet echt lekker). Het tempo is dan ook respectabel; hulde aan diegenen die dat voorin zo straf onderhouden!
Na het lusje te Peer rijden we over exact dezelfde weg weer terug naar Someren. Lange halen, snel thuis. De wind staat nu, denk ik, schuin van achter. En de koers wordt levendiger (later verneem ik dat er op de heenweg al een kopgroep van vijftien mènne is weggesnokt... niets van meegekregen). En voor het eerst geraak ik in de problemen. Alles en iedereen accelereert, en ik heb met m'n 52 x 13 tenminste 123 omwentelingen-per-minuut nodig om er een beetje deftig aan te blijven plakken. De liezen zeggen 'dankjedekoekoek' (wat is dat toch met die liezen van mij, de laatste tijd?); gelukkig zegt het péloton hetzelfde. Op de Provincialeweg zit ik er weer tussen, met m'n hol open. En met m'n drie ploegmaats en de meeste van de CTWT-bondgenoten. Fraai! We zijn nog altijd in de slag voor de Finale. Meteen maar even wat opschuiven, want nu wordt het link.
En eerst maar 'ns in Someren zien te geraken. Er zijn genoeg beren op de weg. Valpartijen all over the place. Niet ver van Someren is het wéér raak. De wind komt nu van opzij en dat wil zeggen: de zaak gaat op de kant. Sommige coureurs gaan helaas ín de kant (waar ferme bomen staan) en crashen. Ik volg CTWT-er Cees' uitwijkmaneuvre, het fietspad op (net als op TV). Bij het terug de weg op rijden kwak ik--voor 't eerst in m'n leven--blind, brutaal en roekeloos m'n Santos ertussen. 'No more Mr. Nice Guy' als het waaieri-alarm loeit. Ik ben hier goddoeme een DFi aan het verwezenlijken, da's voor mij een luxe-artikel.
Niet veel later word ik zelf bijna de berm ingestuurd, door een patriot die zonodig voor de Bruucmeister wil rijden. Hij laat vervolgens vrolijk een gat van jewelste vallen. Een medestrijder van een lokale vereniging bijt me toe in onversneden Brabants: 'Ik zei toch, wiel houden!' Maar zijn goede raad was verdronken in de adrenaline-flow; ik had 'm niet gehoord, had 't verkeerde wiel gehouden. Bij wijze van goedmakertje poef ik richting de rubbers vóór ons.
Vlak voor de finish/start van de vier lokale omloopjes (à 7 km; maal 4 is dat nog een flinke kluif) is er weer een valpartij. Een kermende renner (sleutelbeen en wie weet wat nog meer) en... wéér een gat (moet namelijk redelijk in de ankers en 'sur place'). Amai, dat krijg ik niet meer dicht (heb namelijk serieus pijn in m'n poten), 'chasse patati' in het kwadraat. Davey speert er nog wel naartoe, de klasbak.
De aanblik van Cees' CTWT-achterwerk geeft Moraal: ik geef er nog maar 'ns een lap op (op de pedalen en dus ook op dat achterwerk, want ik meen een 'dipje' in Cees attitude te ontwaren). Sommigen muizen ervantussen (kansloos); anderen voegen zich naar de Wetten van deze Someren-Peer-Someren.
Zo ontstaat er een grupetto (volgens mij het derde pélotonnetje), zeg maar 'de bus' (ongeveer de helft van het startersveld is inmiddels uit koers). En daarin draait 't aanvankelijk maar matig, vind ik. 'Ich kann nicht mehr', zegt een Duitser met zo'n oortje in zijn oeuf, die me tot het uiterste tergt met zijn babbels ('hop, hop, hop'). Het is tijd voor sleurlabeur, niet voor gewauwel, vriend... En er zitten er nog wel meer vakkundig te verzaken. Kan gebeuren. Uiteindelijk valt 't nog wel mee, met die achterstand: veel meer dan twee-en-een-halve minuut geven we niet prijs. Het helpt ook dat Arno en Johan (afgestapt wegens Moraalbreuk t.g.v. de laatste valpartij) ons bij iedere doorkomst uit volle borst aanmoedigen. Klasse!
Natuurlijk wordt er ook in ons grupetto gesprint (om plaats 70, gok ik). Jelui weet: da's niet mijn ding. Sta ook nog 'ns finaal geparkeerd, trouwens. Heb de uitrijdknop al ingedrukt, da's genoeg, voor vandaag.
De terugreis is (dus) ook een vrolijke bedoeling (net als de heenreis). Hoogtepunt is Johans bestelling bij de 'gele M' drive-in (waar 'ie al claxonnerend z'n Mercedes-busje ertussen wringt): 'Ehhh, doe mij maar wat.'
Doe mij ook maar wat. Méér van dittum.
De CTWT-squadra:
En wat deed Caterpillar No. 2 vandaag? Paolo finishde op een iets grotere achterstand, in Bagnères de Bigorre, in de bus met o.m. Robbie McEwen, op 28 minuten en 11 seconden van etterbakje Riccò. Net als z'n 'kleine broertje' Bruco is 'ie dus geen klimmer.


Reageren