Vet hard
Voor de Ronde van het Statenkwartier kan ik me wel opladen. Het is, dankzij de goede werken van de uitbaters van het Wielercafé, een mooie koers: goedbezet, drukbezocht en sfeervol tot en met. En ik heb hier—waar niet?—nog iets recht te zetten. Vorig jaar ging ik er namelijk roemloos ten onder, vanwege glijmiddel, bochtenpaniek en dieseldeficiëntie.
Dus schuif ik, als één van de bijna honderd (!) Amateurs A/B/C, op vrijdagavond om 19:40 uur aan op het Haagsche Frederik Hendrikplein. De meeste 'concurrenten' (al hoeft men hier, normaal gesproken, niet met rupsje te rekenen) staan er dan al. De snoodaards deden alsof ze, na afloop van de (uitgelopen) derny-race, het parkoers gingen verkennen, lieten mij een blokje omrijden en zijn stiekem teruggedraaid naar de start/finish.
Niet dat pole position, in mijn geval, altijd garant staat voor een plek in de vuurlinie. Het is meer dat ik me liefst wat meer 'erdoorheen zakken' gun—het oude liedje; grijsgedraaid en eentonig.
Bij de start in ieder geval geen pedaalgehannes. Dus dat valt alvast mee. En in bocht één (Frederik Hendriklaan -> Willem de Zwijgerlaan) ligt dit keer geen olie. In bocht twee (Stadhouderslaan) zit ik nog keurig tussen de wielen. Bocht drie (Cornelis de Wittlaan) loopt ook lekker: rakelings langs het dranghek: buiten-binnen-buiten. In bocht vier (Aert van der Goesstraat) is het even zoeken naar de ideale lijn (opnieuw rechtsom—daar schijnen wielrenners niet van te houden), maar daar is de finish al.
Vorig jaar zwalkte ik bij de eerste doorkomst al achter de feiten aan; nu zit ik er nog deftig bij. Dat geeft Moraal. De aanmoedigingen van het publiek en het heerlijke Haags van de KNWU-microfonist doen de rest.
'Bruuc, dit zou wel eens iets kunnen worden', houd ik mezelf voor. Natuurlijk krèg ik ut zuâh, want op dit vliegrondje wordt hard, heel hard gereden (koersgemiddelde: 44 km/h). Al freewheeling de 50-plus aantikken—kom daar maar eens om in pakweg een Stolwijk of een Hazerswoude—da's spanning, sensatie en concentratie. Go with the flow. Het Statenkwartier is van mij, vanavond. Schrijf maar op: 'Bruco: DFi.'
'Hoogmoed is zelden goed, rupsje'; ik moet die 50 kilometers nog wél even (niet alleen het péloton—grupetto compattoi—vliegt; ook de tijd) wegprakken. Dus me niet laten vangen in 'sterfhuisconstructies' (losbollen alom) en... tjsa... waar mogelijk wat opschuiven.
Dat is mij eigenlijk alleen gegeven in die prachtige finishstraat (waar inmiddels ook mijn muze staat—geweldig!), als het langgerekte lint 'verdikt' en een 'opening' zich aandient (Bruco is niet zo van het kwakken). Elders gaat het domweg te hagt. Ongelooflijk, zoals de podiumkandidaten hier van leer trekken.
Je maintaindrai en daarmee is ook alles—maar niets te weinig—gezegd. Ik schuif op, lever weer in, geef de Santos bocht na bocht de volle laag 'torsie'. Ook een lelijke valpartij (zonder al teveel erg), talloze premiesprints (het Statenkwartier is goed gespekt), hevige débatten in de avant garde ('zenuwachtige koers', begrijp ik na afloop) en een verdwaalde duif (R.I.P.) veranderen daaraan niets.
'Bruco: DF.' Jawel!


Reageren