Amstelveen: pijnbankfunctionaris
Week in, week uit vrijwillig plaatsnemen op de pijnbank. De KNWU-kalender afstruinen, op zoek naar het volgende rondje 'recreatief hard fietsen'. Het abonnement op de rekker verlengen. In de achterhoede—a.h.w. buiten mededinging, min of meer anoniem—langs de dranghekken jakkeren. Wat bezielt die Bruco toch?
Geldingsdrang ('uitslageritis') zal 't niet zijn. Ik ben niet gespeend van iedere realiteitszin. In Amateur-B-criteriumwonderland rijden er bij bosjes die meer ervaring en/of talent hebben. En een grootgrutter in cartouches zal ik wel nooit (meer) worden. Neen, het Hoogst Haalbare is beter doen dan in de voorbije seizoenen (dus: finishen, finishen en nog 'ns finishen).
Een doodsverlangen heb ik ook niet (getuige, bijvoorbeeld, de chicken—mentale aquaplaning—in Vlaardingen, dindsdag jongstleden). Als er iemand in het péloton zo heerlijk voorkomend kan zeggen: 'Na u', ben ik het wel. Maar, zo is 't ook wel weer, enige zin voor risico heb ik wél. De sensatie van snelheid, de samengebalde concentratie, die tunnelvisie... Heerlijk!
Toeristische overwegingen, tot slot, zijn bij rondjes-rond-de-kerk ook niet aan de orde. Oké, je komt nog 'ns ergens (liefst doe ik de verplaatsing naar en van de koers per fiets). Maar 'verheffend' zijn ze zelden, die stratenparkoersen (behalve als er veel schoon volk aan de dranghekken staat). En voor de muziek zoek je de koers al helemaal niet op (voor de oren is 't nóg zwaarder dan voor de benen).
En tóch—of juist dáárom—begin ik er weer aan, vandaag in Amstelveen (met dank aan WTC De Amstel). Heb goesting in vijftig kilometertjes 'verbetertraject', een wedstrijdje met mezelf (zonder verkouden), op een parkoers dat ik nog niet ken. Met zo'n zeventig amateurtjes B en C kan dit wel iets worden (ik bespaar u de kopgroep-visioenen en de vormtwijfels bij het heen-/inrijden). Vlaardingen was gewoon een misser; ik ben hier voor een 's-Gravendeeltje.
De start is fabuleus, zeker voor mijn doen. Vanaf pole position duik ik als eerste de eerste en tweede bocht in (bijtijds aan 't vertrek gaan staan doet wonderen). Van de schrik en... tsja.... uit puur lijfsbehoud (shock & awe is nu eenmaal niet mijn ding) laat ik me daarna wat afzakken. Links en rechts stuiteren de mènne me voorbij. Altijd weer indrukwekkend (en confronterend), die Finalespurt voordat de koers goed en wel is losgebarsten.
Ik wil zó graag mee-debatteren, maar in het eerste stief kwartiertje heb ik nog altijd weinig tekst. Dieselen, dokkeren ('Amstelveen' is een lekker rondje, met de nodige drempels, klinkers en flessehalzen) en harkeni. Stukje bij beetje zakt rupsje door het péloton. 'Da's niet goed', weet ik. Maar wat doe je eraan...
Nog een ronde of veertig voor de wielen en het afzwaaien begint. In de achterhoede heb ik er goed zicht op: 'opgeblazen gevoelens' en karretjes in de poep. Ik ken 't maar al te goed. Hetgeen ook weer van dienst is in de race off the bottom: als er iemand ook maar flirt met pélotonsafstand—subiet eroverheen knallen. En als koersritme 't ook maar enigszins toestaat: opschuiven richting voorhoede.
Yep, rupsje trekt weer eens aan het receiving end. Lossende lotgenoten omzijlen is 't punt niet (dat gaat hier gemakkelijker dan in 's-Gravendeel), maar uit de achterhoede geraak ik niet meer weg. Daarvoor wordt er voorin, ergens vér voorin, teveel gas gegeven (nog steeds grupetto compattoi). Op een van de vele verkeersdrempels stuitert mijn bidon uit de houder; en ik héb al zo'n droge bek ('t is namelijk zonnig en de een of andere mousson föhnt mijn strottenhoofd).
Intussen hebben zeven mènne zich, ver buiten mijn schootsveld, losgerukt uit het péloton. Daarachter valt het niet stil: ook voor plaats acht en verder wordt geknokt. Dus is 't na iedere bocht (ze lopen wel lekker, hier) en na iedere drempel weer aanzetten, om op de rechte stukken weer te consolideren. Meer zit er niet in; ik vind 't ook wel genoeg, zo. Wederom rijden ze mij er niet af, vandaag.
Het péloton—wat daarvan nog over is—moet enkele ronden vóór de kopgroep 'afsprinten' (een lelijk woord voor een vervelend fenomeen). Redelijk aangeslagen, maar goed geluimd, overleef ik de laatste kilometers (die worden ontsierd door een valpartij). Nog één keer ga ik op de trappers staan en pers er 50 km/h uit. Genoeg voor plusminus plaats dertig. Da's nog eens finishen.


Carbonfire:
Zo zie je maar dat er op de pijnbank al eeuwen voorzieningen zijn voor karretje in de poep.
Carbonfire's last blog post... Azijn!
Reageren