Noodweer-exces
De tijd vliegt: vanavond is het alweer tijd voor de laatste 'reguliere' Swift/Neuteboom Tweewielers dinsdagavondcompetitie. Nog één mogelijkheid wat puntjes te sprokkelen voor het algemeen klassement (waarin ik er niet toe doe, maar toch...). De op-één-na laatste kans om de recente dipjes weg te poetsen en het (al met al toch best aardig verlopen clubwedstrijdseizoen) nog van wat extra glans te voorzien.
Maar dat is buiten vriend Pluvius gerekend. De regengod is in topvorm: met hectoliters tegelijk irrigeert 'ie 'De Bult' en omstreken. Als 'rencommissaris' (en zelfbenoemde 'rain man') moet ik wel polshoogte gaan nemen op de club, dus kan ik net zo goed m'n koerskloffie meenemen en eens gaan zien hoe het staat met de Moraal van mijn 'opponenten'...
De zondvloed van vanavond laat weinig heel van die Moraal. In de kantine is het stiller (en donkerder) dan ooit. Ik ben in de vijf minuutjes peddelen die mij van de club scheiden, helemaal doorweekt. Een enkeling meldt zich via de telefoon met de vraag of de koers wel doorgaat (en of de concurrent voor het eindklassement wél present is). Uiteindelijk 'druppelen' er nog acht A- en B-vermetelen binnen. Rillend van de kou en aanhikkend tegen de gedachte aan nog meer waterballet.
Maar we gaan koersen, zo wordt beslist!
De opkomst is wat magertjes voor het rijden in de gebruikelijke twee categorieën. Dus besluiten we tot een ingekorte, gezamenlijke race. De—welverdiende—punten smeren we later wel uit over de A en B 'die hards'.
De saamhorigheid wordt van acquit getorpedeerd door talent-voor-de-toekomst Daan. In de kuipbocht (waar ik in droge omstandigheden al eens ben uitgevlogen) trekt 'ie vol door. Verre van warmgereden, probeer ik hem verbaal tot de orde te roepen. Maar Daan, klasse en onstuimigheid, heeft maling aan de veterane vermaning...
Dus moeten we meteen aan het werk. En ik mag meedoen zónder benen. Ik voel het zuur in alle vezels en tot op het bot (hetgeen zich gisteren trouwens al aankondigde op de Duinrell Monorail). Nog lastiger is het dat de jonkies zich niets gelegen laten liggen aan de herfstbladeren en het glimmende asfalt en in volle vaart 'de bult' afdalen. Ik ben geen suikerbeestje, maar ook geen waaghals, dus mag ik keer op keer de gaatjes naar de 'roekelozen' dichten.
Dat houd ik, met deze stelten-in-staking, snel voor gezien. Gijs maakt blijkbaar dezelfde risico-analyse: ook hij laat zich uitzakken. Hij heeft Pijnacker beter verteerd dan ik, maar samen zetten we een aardig koppeltijdritje op poten. Laat ons maar lekker toeren, dat zijn we immers gewend.
Intussen is Daan samen met B-coureur Bart ontsnapt: de definitieve kopgroep. Daarachter rijdt het 'péloton': een drietal bestaande uit John, Floris en Chris (allen B's). Jurrien doet het solo en op zijn gemak (twee keer gedubbeld—kan hem het schelen: hij stelt aldus zijn derde plaats in het A-eindklassement veilig). Bijtertje Brian, de jongste van het stel, idem dito.
Het 'péloton' kakt ietwat in, want met nog drie ronden te gaan hebben Gijs en ik—met onze ervaring en ons ongeëvenaard vermogen te doseren—ze te pakken. Wat volgt van mijn kant, is klassiek 'Finale-mijdend-gedrag': ik zet me op kop, sleur de sprinters over het parkoers en trek de sprint aan voor wie zin en durf heeft.
In de laatste meters moet ik nog even in de ankers, want Gijs houdt ook de benen stil in de spurti. En ik vind het niet meer dan gepast om hem, gezien het feit dat hij de betere was in onze koppeltijdrit, voor te laten gaan.
Wel toepasselijk: met rugnummer elf evenzoveel 'volhardingspuntjes' getoucheerd voor het algemeen klassement. Al had ik liever een volwaardige koers (met betere benen en een iets plezantere 'metéo') gereden...


Reageren